Eros in het werkveld
Eros is overal! De dynamiek van overdracht die in elke supervisie, coaching of training aanwezig is, krijgt met de liefdesenergie van Eros erbij nog een extra twist. Het vraagt van jou als begeleider een continu balanceren tussen nabijheid, confrontatie en autonomie. Hoe houd je koers in deze uitdagende dynamiek, en hoe maak je liefdesoverdracht tot een leerinstrument in professionele ontwikkeling? De mannelijke en vrouwelijke leerlijn, maar ook verhalen, mythen, helden en godinnen zijn hierin helpers op je pad. Joke Goudswaard schreef er dit artikel over. Een inkijkje in de opleiding ‘Eros in begeleidingswerk’ én in het bijbehorende boek.
Als liefde het antwoord is,
kunt u dan de vraag misschien nog een keer stellen?
Kees van Kooten en Wim de Bie
De pijlen van Eros
Overdracht is het herhalen van een patroon uit een of meer betekenisvolle relaties uit het verleden, in een onbewuste poging om wat daar bleef liggen alsnog rond te maken in het contact van nu. Een cliënt, supervisant of cursist projecteert de positieve of negatieve gevoelens van ooit, doorgaans naar een ouder, nu op de begeleider. Diens geraaktheid uit zich in allerlei vormen van tegenoverdracht. De pijlen van de liefdesgod Eros geven dit proces nog een extra accent. Hoe creëer je een ruimte waarin ‘aanraken op de grens’ een groeikans wordt?
In elke begeleidingssituatie - individueel, in relaties of met een groep - is de vuurgloed van liefde een onmisbaar element. Natuurlijk bestrijkt ze een heel spectrum. Van mededogen met iemands verhaal, intense betrokkenheid bij herkenbare levensthema’s tot verwarring over de mate van intimiteit, de betekenis van hechting of sluimerende gevoelens van hartstocht. In het overdrachtsproces komen al die ervaringen - al dan niet bewust - aan de orde. Het blijft verrassend hoe je ook als begeleider in een contact geraakt kunt worden op persoonlijke pijnpunten of blinde vlekken. Het is onvermijdelijk dat vroeger en nu elkaar kruisen in dit parallelproces. Dit speelt aan beide kanten.
Over de ge- en verboden rondom lust, veiligheid, afbakening en grenzen in de context van therapie, supervisie of training is in de loop van de tijd al veel geschreven. Dat openlijk stilstaan bij liefdesoverdracht ook een sleutel kan zijn in het leerlandschap van degenen met wie je werkt, staat minder vanzelfsprekend op de professionele kaart. Een aantal aspecten van dit perspectief belichten we graag in dit artikel.
Plek en ordening
De relatie begeleider-cliënt is in principe verticaal. Al zijn er vele momenten van nabijheid in het contact, waarop je elkaar in je mens-zijn als gelijke ontmoet, de plek in de ordening verschilt. Het principe ‘verticale intimiteit’ is een mooi begrip om hier helderheid in te krijgen. De pijnlijke waarheid is dat iemand slechts tijdens de duur van therapie, coaching of training in het middelpunt van je aandacht staat. Daarin zit ook het liefdesverraad. In een oud maar nog steeds prachtig boekje Liefde in wonderland (2000) schrijft Riekje Boswijk-Hummel dat de cliënt, vooral in het begin van een traject, niets liever wil dan dat de begeleider symbool staat voor God, Sinterklaas en Boeddha tegelijk. Een teken van overdracht, dat je als therapeut of trainer verzekert van een koninklijke positie. Hoe verleidelijk is het om die stroom van bewondering in stand te houden. Aandacht voor de leerlijn van de ander draagt bijna als vanzelf bij aan een gezond evenwicht, waarin nabijheid, confrontatie en oog voor autonomie elkaar afwisselen. Vanuit een iets koeler klimaat sta je erbij stil welke basis-ingrediënten passen bij de fase in het ontwikkelingsproces. Betreft het jonge hechtingsthematiek, belemmerende scriptpatronen in het nu, ouderboodschappen die zich ongewild in de relatie herhalen? Dat maakt alles uit voor de interventie in jullie ontmoeting.
De betekenis van liefdestaal, het parallelproces in de overdracht
Hij, vluchteling uit Gambia en nu leerling van een theateropleiding, zoekt via zijn Nederlandse pleegbroer contact. Ben ik in voor een diepte-interview over rouw? Ondanks de drukke werkweken twijfel ik geen seconde. Zijn huidskleur van donkere chocolade, het ontheemd-zijn door een dubbelthuisland en het thema ‘dood’, wat aantrekkelijk! De bouwstenen voor positieve tegenoverdracht liggen klaar. Bij voorbaat ga ik aan. Hoe ik het aan zal pakken weet ik nog niet. De kunst is om hem zelf aan het spreken te krijgen. Mijn Indische achtergrond en de vertrouwde plek als pleegmoeder zijn de sleutels in het contact; daar reken ik op. Is het genoeg? Vlak voor zijn komst, valt me iets in: de metalen prullenbak… zal ik die als drum gebruiken? Zijn aarzeling bij de deur slaat om in enthousiasme en herkenning. Dit is zijn taal! In reactie op deze opening deelt hij via ‘spoken words’ over zijn pijnlijke verlieservaringen. Een ritme van nabijheid op een bijzondere manier. Ik heb me laten leiden door de onderstroom, waarin trance een speciale rol heeft.
Verliefdheid of intense betrokkenheid richting een cliënt, supervisant of cursist kent doorgaans meerdere lagen. Wat speelt er in jouw leven aan leegte of gemis, waardoor je extra gevoelig bent op erosgebied? Waar raakt iemand je onverwacht op kwetsbare thema’s? In het verborgen wortelstelsel van jouw achtergrond of systeem van herkomst ligt het antwoord. Boeiend dat wederzijdse herkenning de aanraakbaarheid in het contact vergroot en tegelijkertijd ook een valkuil kan zijn. Dit onderkennen is de opgave in het overdrachtsproces. De bochten in het labyrint van de relatie, waarin jullie beiden kunnen verdwalen, maken je als begeleider steeds sneller bewust van déjà-vu-momenten. Het ‘ik was hier al eens’ werkt eerder bemoedigend dan als zelfbestraffing of falen.
De kunst van de taalsjamaan
Een belangrijke sleutel in het werken met overdracht is contact maken met wat de ander in jouw binnenwereld oproept. Dit maakt dat je naadloos aan kunt sluiten bij het kruispunt waar de ander vertoeft. Luisteren naar het niet-vertelde, tussen de woorden door, is de gave van de taalsjamaan. Hier ligt de focus op het ontmantelen van oude en nieuwe boodschappen in liefdesland. Is het kleine gebaar van de vinger op haar lippen een teken van het jonge meisje? ‘Sst, niet zeggen wat ik thuis zag?’ Of verwijst het naar de volwassen vrouw, die in codetaal aangeeft dat het tijd is om haar geheim van de verboden kamer te onthullen? Het onderkennen van lichaamstaal als richtsnoer voor je antwoord in de overdracht is wezenlijk bij het bepalen van de route.
Hij als trainer weet inmiddels dat een herkansing in het hier en nu de meeste kans van slagen heeft als hij de cursiste - met het thema angst en wantrouwen richting vaders - lichtvoetig uitnodigt om haar torenkamer te verlaten. Eerst een interventie vanaf de plek van broer, op de horizontale laag. Gesterkt door de trainster, een veilige bedding vanuit vrouwenland, durft ze hem een klap op zijn borst te geven. Van uiterst behoedzaam naar vrije agressie. In contact, met recht op grens. In hun samenspel leggen ze stapstenen neer richting overgave, inclusief het risico. In dit gebaar raken toen en nu elkaar: een opening die telt.
De metaforische spiegel, goden- en godinnentaal
Mythen en sprookjes zijn de atlas van de psyche. De archetypen die erin voorkomen bewonen het rijk van het collectief onbewuste, de wereld waar Jung zich mee verbond. Beelden dragen bij aan perspectiefverruiming. In begeleidingswerk is dit een hulpbron om mensen breder te laten kijken naar hun levensloop en de onderdrukte verlangens en terugkerende obstakels op liefdesgebied.
In de opleiding Eros in begeleidingswerk diepen we overeenkomst en verschil tussen mannelijke en vrouwelijke leerlijnen met elkaar uit; dit raakt aan genderthematiek. Met je eigen pad voor ogen word je als cursist voor even de held Odysseus, die na de strijd om Troje op de terugreis naar huis, flinke beproevingen tegenkomt. Zoals de confrontatie met een eiland vol Sirenen, meesteressen in verleidingskunst. Hoe word je de regisseur van je liefdesleven? Naast het verhelderen van het overdrachtsproces in jullie contact gebruik je deze metaforische ingang als spiegel om mensen naar zichzelf te laten kijken.
Op de vrouwelijke leerlijn zijn de zeven Griekse godinnen een betekenisvolle ingang om te verkennen welke erosthema’s iemand in zichzelf herkent. Elke godin heeft een heel eigen kijk op wat liefde is. Athena, geboren uit het hoofd van oppergod Zeus, koerst als echte vadersdochter vooral op koel verstand en analyse. Haar leertaak ligt in durven voelen en het openen van haar hart. Hoe anders vergaat het moedergodin Demeter. Haar talent om voor de hele wereld te zorgen, maakt dat ze zichzelf volledig kan vergeten. Stille wraak over haar tekortkomen in de liefde ligt dan al snel op de loer.
In het relatiegesprek maakt de therapeut dankbaar gebruik van het metaforisch perspectief. Zij, de vrouw, neemt onmiddellijk het voortouw in benoemen wat haar niet aan haar partner bevalt. ‘Zeg toch eens wat jij voelt, ik ben het zat daar altijd op te wachten!’ Hij, de man, duikt geroutineerd onder door achterover te leunen en te bevriezen. Stel dat hij het zwaard zou hanteren, en zij in stilte haar ware pijn opzoekt, wat zou er dan veranderen? Naar hem: ‘Hoe gebruik je mij nu als handlanger in het mannenland? Odysseus had het nooit gered zonder zijn maten.’ Naar haar: ‘Ik gun je tijd voor Persephone, met haar onschuld in de liefde en het even niet weten.’ In het doorbreken van hun patroon verandert de sfeer. Er komt ruimte om van binnen te zoeken.
Het onbewuste als bron
Het blijft verrassend hoe snel het onbewuste via archetypische beelden de vertaalslag tussen binnen en buiten maakt: bijna als vanzelf wordt iemand zich bewust van de opdracht in het nu en naar de toekomst toe. Op het diepste punt in de leerlijn, met eenzaamheid, schuld en schaamte als vaste medespelers, sta je tegenover je naakte zelf. In die transitie gelden de oude overleveringswetten niet meer. Er is verlies aan houvast terwijl er nog geen zicht is op nieuw land. Vanuit de mythe bekeken sta je oog in oog met de Minotaurus, het monster dat onder in het koninklijk paleis verborgen werd. Anders gezegd: hier ontmoet je je schaduw. In het overdrachtsproces word je ook als begeleider beproefd om staande te blijven. Agressie en wanhoop vertalen zich nu richting jou: waar ben je!?
Van blinde vlek naar vergezicht, de achilleshiel van de begeleider
Zicht krijgen op je persoonlijke en professionele achilleshiel is een prachtig middel om schoon te kunnen werken. Wat zijn de plekken van eerdere verwonding, waar je zo te raken bent dat een betrouwbaar antwoord onder druk komt te staan? Het vermogen om diepzee te duiken in de lagen van je onbewuste maakt dat de kwetsing van voorheen een parel kan worden om met de ander te werken in het parallelproces van de ontmoeting.
Stel, dat liefde het antwoord is…
Schilderij: Irene Lauf